سورة Al-Ma'arij (The Ways of Ascent )

سورة Al-Ma'arij (The Ways of Ascent ) - Dutch Leemhuis عدد الآيات 44

Een vraagsteller vroeg over een bestraffing die vallen zal.
(Die komt) van Allah, de Bezitter van de trappen.
Volhard daarom geduldig op gepaste wijze.
Voorwaar, zij zien haar (de bestraffing) van ver weg.
En geen trouwe vriend zal naar een (andere) trouwe vriend vragen.
Zij kijken naar elkaar. De misdadiger zal wensen dat hij zich van de bestraffing van die Dag kan vrijkopen met zijn kinderen.
Nee, beslist niet! Voorwaar, zij is de Lazhâ (de Hel).
Die (rijkdommen) verzamelde en achterhield.
Behalve degenen die de shalât verrichten.
Voor de bedelaar en de behoeftige die niet bedelt.
Voorwaar, voor de bestraffing van hun Heer is niemand veilig.
Zij zijn degenen die in de Tuinen (het Paradijs) geëerd zullen worden.
Wat is er met degenen die niet geloven, dat zij zich naar jou haasten?
Wenst een ieder van hen dat hij de Tuin der gelukzaligheid (het Paradijs) binnengevoerd wordt?
Ik zweer bij de Heer van de opgang (van o.a. de zon) en de ondergang dat Wij zeker over de macht beschikken.
Laat hen maar opgaan (in hun ijdele bezigheden) en laat hen spelen tot zij de Dag van hen, die hen aangezegd was, ontmoeten.
مشاركة الموضوع